Historie van Hengelo

In 1811 werden het stadgericht en het richterambt Delden gesplitst in de gemeenten Delden en Hengelo. Hoewel de bevolking van Hengelo in het kader van de Bataafse revolutie een municipaliteit van zes leden (vier uit het dorp en twee uit de Veldzijde) had gekozen, werd deze municipale raad niet erkend en duurde het tot 1802 voordat er in Hengelo sprake is van een zelfstandige bestuurseenheid. Dat is dit jaar gevierd met een publicatie, waarvan ongetwijfeld nog een exemplaar bewaard is voor de nieuwe commissaris. Het gemeentebestuur en de bevolking van Hengelo hebben zich hevig verzet tegen plannen voor het ontstaan van Twentestad, door samenvoeging van de gemeenten Borne, Enschede en Hengelo. Dit verzet is succesvol geweest: Hengelo is bij de herindeling van Overijssel in 2001 een zelfstandige gemeente gebleven.

Het dorp Hengelo is ontstaan bij de hof, later het kasteel van die naam in de marke Woolde. Het kasteel werd bewoond door leden van de geslachten Ripperda en daarna Van Coeverden, Van Keppel en Mulert. Hengelo wordt in 1252 voor het eerst genoemd.
Hengelo heeft de twijfelachtige eer, dat uit haar gebied de eerste geloofsmartelaren in Overijssel afkomstig waren. Maria van Beckum en haar schoonzuster Ursula van Werden werden door de regering in Brussel verdacht van doopsgezinde sympathieën. Daarom werd de drost van Twenthe, Goossen van Raesfelt van Twickel (ovl. 1580) onder druk gezet daar iets aan te doen. De freules van Beckum werden daarom op het galgeveld halverwege Delden en Goor op de brandstapel verstikt en daarna nog 42 dagen als afschrikwekkend exempel aan de galg gehangen !

In 1643 werd in Hengelo een gereformeerde kerk gesticht, als dochter van Delden. De predikant was aangesteld door de heer van Hengelo en fungeerde tot 1741 zonder een kerkeraad. In 1795 kwam er ook een rooms-katholieke kerk in het dorp Hengelo.

Als gevolg van de aanleg van de spoorlijn, de mede daardoor opkomende textielindustrie en vooral door de verplaatsing van een Bornse machinefabriek door de Oldenzaalse ondernemer Charles Theodorus Stork (1822-1895) naar Hengelo in 1868, is de plaats in de 19e en begin 20e eeuw stormachtig gegroeid. Samen met zijn jongere broer Jurriaan Engelbert Stork (1828-1893) runde hij de grootste machinefabriek van Nederland. Beiden waren (evenals de oudste broer mr. Cornelis Hendrik Stork, 1820-1905) actief in de politiek, C.T. als raadslid van Hengelo en J.E. als wethouder aldaar en als statenlid van Overijssel. In 1876 maakte C.T. Sork bezwaar bij gedeputeerde staten tegen zijn belastingaanslag. Hij vond dat hij te laag werd aangeslagen. En inderdaad op de lijst van hoogst aangeslagenen in de provincie Overijssel steeg hij dat jaar van de 70e naar de 9e plaats ! In het verslag van gedeputeerde staten over dat jaar merkt het college droog op: “veel gevolg heeft dat beroep niet gehad”, maar korte tijd later kwam C.T. Stork toch in de eerste kamer der staten generaal. En daarvoor moest je in die tijd rijk zijn.

De gebroeders Stork legden voor de fabrieksarbeiders woonwijken in Engelse stijl aan. Het tuindorp ‘t Lansink (1911) is daarvan een fraai voorbeeld.
Ook in Hengelo waren kritische arbeiders. Eén van hen was Gerrit Bennink (1858-1927), sinds 1872 werkzaam als portier van de Nederlandsche Katoenspinnerij in zijn geboorteplaats Hengelo. Als lid van de Sociaal Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, dus als een socialistische onruststoker, werd hij 1883 ontslagen. In 1887 moest hij zelfs gevangenisstraf ondergaan , omdat hij de fabrikant Stork een geraffineerde uitzuiger had genoemd. Als partijloos socialist was hij raadslid (1900-1913 en 1919-1927)en wethouder van Hengelo (1919-1923) en statenlid van Overijsel (1901-1919).
De regionale omroep RTV OOST (OOST staat voor Overijssels Omroep STichting) is in Hengelo gevestigd.

Aan het burgemeester Jansenplein werd in 1958 een nieuw gemeentehuis gebouwd met een stadhuistoren als een Vlaams belfort of een Italiaanse campanile en een imposante marmeren hal van Italiaans marmer. Architect was prof. ir. J.F. Berghoef. Het stadhuis werd in 1963 geopend.
In de gemeente Hengelo lagen vroeger drie marken: Woolde, Oele en Beckum, maar in de loop van de tijd kwam ook de marke Klein Driene (ex Weerselo) en kwamen delen van de marken Hasselo (ex Weerselo) en Groot Driene en Twekkelo (ex Enschede) in Hengelo te liggen.
Behalve het huis te Hengelo was ook de Oldemole, van de familie Van Bevervoorde en daarna van drie generaties van Münchhausen, een havezathe in de huidige gemeente Hengelo